Carpe diem.

Zondag 14 juli.

 

Deze camping ligt mooi in een groen dal onder een waterval en het riviertje stroomt over de camping.

Vanmiddag hebben we de fietsen gepakt. De achterkant was gisteren helemaal vol gestoven met rood\bruin stof, ook de binnenkant van de fietsenhoes zat vol, dus alles moest eerst even een beetje schoongemaakt worden.

Op schone fietsen zijn we naar Isafjordur gefietst, 4 km verderop. Isafjordur is de belangrijkste handels- en vissersplaats van de Westfjorden. Het kleine stadje ligt ingeklemd tussen bergen van 600 meter hoog. ’s Winters is de zon anderhalve maand niet te zien, dan komt hij niet boven de bergen uit!

In de haven lagen twee enorme cruiseschepen. Vandaar die bussen vol gisteren bij de waterval.

We hebben een kleine strandwandeling over het zwarte zand gemaakt. In het stadje was het erg rustig. Alleen de bakker, die open was, had het druk. Er was een klein terrasje voor koffie en gebak en dat werd goed bezocht. Tijdens ons wandelingetje kwamen we een huisje tegen waar           

“Amsterdam 1850 “opstaat. Dit vonden we wel bijzonder dus we hebben even gegoogled. Het is inderdaad in 1850 gebouwd als timmermanswerkplaats. Het was toen blijkbaar in de mode om huizen namen van Europese steden te geven want in de buurt stonden ook huizen met namen als  Rome en Edinburgh.

Op de terugweg zijn we nog even langs de Bonus geweest. Morgen willen we weer verder maar de supermarkt is dan pas om elf uur open en dat vinden we te laat.

Tot slot hebben we nog lekker bij de camper in de zon gezeten.

 

Maandag 15 juli.

 

Vandaag ging het weer verder langs de fjorden.

Net voorbij Isafjordur loopt een basaltschacht helemaal in zee. De tunnel  erdoorheen is 35 meter lang en gebouwd in 1948. Dit was IJslands eerste tunnel.

Onderweg zijn we vaak gestopt. Koffiestop bij een mooie vallei met watervallen. Er waren ook hoge uitzichtpunten en een plaats waar je zeehonden kunt zien. Het waren wel veel fjorden vandaag maar het was een mooie rit. Meestal ging het onder langs het water en de stranden, soms met schapen erop. Die eten zeewier zagen we.

We zijn geëindigd in Drangsness. Hier zijn langs de weg drie hotpotten gebouwd met uitzicht op het water en met heerlijk warm water. Daar moesten we wel in natuurlijk. Er kwam ook een jong Nederlands stel bij zitten, die hadden het ook erg naar hun zin op IJsland en we hebben gezellig zitten kletsen.

Vanavond nog een rondje gelopen. Bij het strand hangt de vis te drogen. Er werd ook een vissersbootje gelost, daar kwamen kisten vol vis uit. Dat is hier een belangrijke bron van inkomsten.

De camping heeft ook mooi zicht op zee.

 

Dinsdag 16 juli.

 

We zouden eigenlijk verder naar het noorden richting Strandir. Het regende vanmorgen echter flink dus leek het ons niet verstandig om die tachtig kilometer lange, eenzame, onverharde weg op te gaan. In plaats daarvan zijn we via een hoogvlakte naar de andere kant gegaan. Hier zijn de huizen schaars, staan ze heel afgelegen. Het weer knapte ook op en we hadden een mooie rit.

De schapen lopen overal behalve in de weilanden. Het gras wordt gemaaid en bewaard voor de lange wintermaanden.

Net als de vorige keer regende het toen we op de camping in Laugar aankwamen. Gelukkig is hier een lekker warm badje en dat is ook fijn als het regent. We hoefden het maar met twee personen te delen dus dat viel ook wel mee.

Het viel nog niet mee om een plaats te vinden. Er is ruimte genoeg maar alles is vreselijk scheef. Helaas kwam er een Duitse schuifdeur vlak achter ons staan. Als ze vannacht maar stil zijn!

 

 

Woensdag 17 juli.

 

Ze waren stil dus lekker geslapen.

Het was mooi weer toen we vanmorgen gingen rijden. Op de hoogvlakte met een stukje slechte onverharde weg kwam de mist opzetten. In de verte hadden we al een wolk gezien maar we dachten dat die op zou lossen. Niet dus!

Aan de andere kant aangekomen bleek de camper toch wel vies geworden dus die moest een schoonmaakbeurt. Dat kon niet meteen want niet alle tankstations hebben meer een wasplaats. Andere keren waren die overal maar er komen steeds meer asfaltwegen.

Via Blönduόs, waar Cor kon poetsen, zijn we naar Skagaströnd gereden. De zon kwam er hier ook bij na aldoor in de mist te hebben gereden. Lekker even naar het zwembad geweest, waar we koffie kregen aangeboden in de hotpot, en we eindigden met een biertje in de zon.

 

Donderdag 18 juli.

 

De dag begon met zon en wind. Dus alle was gedaan en om één uur lag alles weer in de kast. Dat is het voordeel van harde wind, er moest alleen een extra knijper op!

Vanmiddag was de zon weg en zijn we gaan wandelen. Boven de berg achter de camping hangt de hele dag al een dikke wolk maar hij komt niet dichter bij en we hebben er geen regen van.

De lupines zijn uitgebloeid en in plaats van paars is er nu veel wit in de vorm van veenpluis.

Skagaströnd is een klein vissersdorp. Aan de noordkant liggen hoge rotsen waar een wandelpad overheen loopt.  Hier zijn veel vogels en je hebt er mooi zicht op het dorp en de zee. Ook hier zijn weer veel kiezelstrandjes.

Het is nu half negen ’s avonds en na heel veel verschillende wolkenluchten piept de zon er weer tussendoor. Het stormt nog steeds!

 

Vrijdag 19 juli.

 

De weerberichten voor vandaag waren niet goed, erg veel regen. We twijfelden even wat we zouden gaan doen. Toch maar rijden!

Het viel allemaal erg mee. Af en toe was het heel donker met een felle opklaring. Onderweg hebben we bijna geen regen gehad.

Met mooi weer kwamen we in Sauðarkrökur. We besloten door te rijden naar het warme badje ten noorden van het plaatsje. Het weggetje er naar toe is 16 km onverhard maar was beter als we ons herinnerden. Beetje voorzichtig dan gaat het prima. Des te verder we langs de fjord reden, des te lager hingen de wolken. Er stond ook een harde, koude wind maar het water in de badjes was heerlijk! Het was ook niet druk dus we konden heerlijk rustig badderen. De badjes worden beschut door een muur van grote keien en daar achter is de zee. Er is een hokje gekomen waar je je om kunt kleden en zelfs kunt douchen.  Ook is er  een koffiehuis en daar hebben we koffie gedronken.

Hierna zijn we teruggereden naar de camping in het dorp. Het is een groot grasveld midden in het dorp maar we staan prima. Nu regent het af en toe en de wind is nog steeds koud dus we staan maar lekker aan de stroom dan kan het kacheltje aan!

 

Zaterdag 20 juli.

 

Na een paar boodschappen reden we om elf uur weg. de wolken hingen nog laag boven Sauðarkrökur maar er was ook blauwe lucht.

Gaandeweg klaarde het op en we hadden een prachtige rit langs de fjord.

Aan de noordkant hingen de wolken als een deken op het blauwe water. Via Siglufjörður  en Olafsfjörður kwamen we in Dalvik. Onderweg zijn nog een paar tunnels waarvan er twee maar één rijbaan hebben met uitwijkplaatsen aan de kant. Als er een tegenligger aankomt is dat best een raar gezicht maar ze gingen allemaal aan de kant.

Op de camping hebben we nog lekker in de zon gezeten in de luwte van de wagen. Wat een verschil met gisteren.

Voor morgenmiddag hebben we een walvissafari geboekt. Dat hebben we hier al een keer gedaan en toen kwamen ze vlak bij het bootje. Hopelijk morgen weer!